Geschiedenis


Vanaf de 14e eeuw vindt er op de Kapelberg al een Mariaverering plaats. De aanzet werd gegeven door de Cisterciënzers van de Abdij Camp (Duitsland) die hier in de nabijheid in 1302 grond aankochten om uithof "De Munnikhof" te bouwen, een grote kloosterboerderij / abdijhoeve van waaruit de vaak aanzienlijke landerijen die aan een kloosterordetoebehoorden, werden bewerkt en beheerd. In eerste instantie deden monniken meestal zelf het werk op deze uithoven, later werden die taken vaak uitbesteed aan lekenbroeders. Soms werden de hoeves ook verpacht. Vooral kloosters van ordes als de cisterciënzers hadden vaak vele uithoven.

 In 1312 werd een deel van de nabijgelegen Molenberg (tegenwoordig Kapelberg) gekocht, waarop een kapel werd gebouwd met daarin een Mariabeeld.

Als gedurende de Reformatie het openlijk uitoefenen van het katholieke geloof bemoeilijkt wordt en rond 1672 op last van de overheid de kapel wordt gesloopt, kan het beeld in het kasteel van het nabij gelegen Hernen tijdig in veiligheid worden gebracht. Later verhuist het beeld naar de parochiekerk daar.
Om een einde aan de volksdevotie te maken werd de plaats na de sloop van de kapel bewaakt. Op de plek van de kapel is later een linde geplant, die in de volksmond het "heilig boomke" wordt genoemd. Velen zagen in de bast van de boom de beeltenis van Maria.

De Mariaverering gaat er daarom onverminderd voort. Niet alleen vanuit het land van Maas en Waal, maar ook van daarbuiten trekken velen naar dit genadeoord, vooral in de Goede Week en met Allerzielen. Tot ongeveer de helft van de 19e eeuw bidden vrouwen in de nacht van Goede Vrijdag op Paaszaterdag de Rozenkrans om bij zonsopgang het lied "Vespere autem Sabbati" in te zetten. Een uitvoering daarvan met aansluitend het Magnificat kunt u beluisteren via de link:  https://www.youtube.com/watch?v=PU31fIgU1jc  

Na het herstel van de godsdienstvrijheid in 1795 staat het beeld, dat eigenlijk steeds middelpunt van de verering was, nog altijd in Hernen. In het bijzonder hebben opvolgende pastoors er voor geijverd om het beeld naar Bergharen terug te halen. Mgr. A.F. Diepen (1860-1943), de toenmalige bisschop van 's Hertogenbosch, laat in 1927 weten, dat hij - uit liefde tot de verering van Maria - graag ziet dat het beeld vanuit Hernen terug gaat naar Bergharen. En op 3 augustus 1927 wordt een ezelskar ingespannen en het beeld in triomftocht opgehaald.

Vanaf die tijd wil men het beeld een goed onderdak geven. Na de bouw in 1935 van een eenvoudige veldkapel werd in 1947 de eerste steen gelegd voor de huidige kapel, die op 23 mei 1948 werd ingezegend.                                        

Pastoor Huybers          Pastoor Thijssen          Pastoor Loverbosch

Pastoor Huybers            Pastoor Thijssen            Pastoor Loverbosch

Het was met name R.L. Loverbosch (pastoor in Bergharen van 1946-1982) die zich heeft ingespannen om het werk te voltooien waarvoor zijn voorganger P.A.A. Thijssen (pastoor in Bergharen van 1935-1946) samen met gemeentesecretaris L. van den Heuvel de plannen hadden gemaakt. Voor een nieuwe veldkapel werd op 18 november 1947 de eerste steen gelegd door genoemde pastoor Loverbosch. Hij heeft er ook voor gezorgd, dat er een eigen fanfare in Bergharen werd opgericht in 1952 bij gelegenheid van zijn 25-jarig priesterfeest. Voortaan kon de eigen fanfare de jaarlijkse processie naar de Kapelberg met serene klanken begeleiden.

De eerste foto werd uiteraard gemaakt voor de kapel.

Tegenwoordig staat er een replica van de piëta, Maria met het lichaam van haar gestorven Zoon op haar schoot. Het originele beeld is houtsnijwerk van de Nederrijnse school en bevindt zich in de parochiekerk.
Tijdens een flinke lentestorm is op 15 maart 1964 een einde gemaakt aan de heilige Linde. Veertien loten ervan die ter plaatse opschoten, vormen nu weer een prachtige struik in eenzelfde vorm als de oorspronkelijke boom.